Welkom op Wiameter.nl

Lees hier alles over de WIA en de WIA-regeling


Op Wiameter.nl lees je meer informatie over het ontstaan van de WIA-regeling en wat je er mee kunt. Ook verwijzen wij je graag door naar andere websites met aanvullende informatie.

Waarom de WIA?


De WIA, de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, omvat twee onderdelen:

  • de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, de WGA;
  • de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, de IVA

Bij de nieuwe wet, die op 1 januari 2006 (formeel op 29-12-2005) van kracht is geworden, gaat het erom dat werknemers werken naar vermogen – ook als ze minder arbeidsgeschikt zijn. Met andere woorden: ‘Het gaat niet om wat je niet meer kan … maar om wat je nog wel kan.’ De wet zal dan ook meer prikkels bieden om weer aan de slag te gaan. Zo is het financieel altijd lonend zijn om (meer) te werken dan om volledig arbeidsongeschikt te zijn.

Waar het om draait in de nieuwe regeling

In de nieuwe Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) wordt meer gekeken naar wat iemand nog wel kan, in plaats van wat men niet meer kan. De uitgangspunten van het stelsel zijn:

  • Werkgever en werknemer blijven samen verantwoordelijk voor een gezonde werkomgeving.
  • Werkgever en werknemer moeten zich, meer nog dan voorheen, samen inspannen om bij langdurige ziekte terugkeer naar werk mogelijk te maken.
  • De nadruk ligt op wat mensen kunnen, niet op wat ze niet meer kunnen.
  • Werknemers die deels arbeidsgeschikt zijn, krijgen een uitkering. Hoe arbeids(on)geschikt iemand is, hangt af van wat hij of zij door ziekte of gebrek aan inkomen verliest.
  • Werken, en dus ook weer of meer werken, moet lonend zijn.
  • Wie geheel arbeidsongeschikt is en waarbij herstel niet waarschijnlijk is, krijgt een solide uitkering.
  • De WIA is zowel door de Tweede als Eerste kamer aanvaard en is op 1 januari 2006 (formeel op 29-12-2005) in werking getreden.
  • Wie nu een WAO-uitkering heeft, valt niet onder het nieuwe stelsel. WAO’ers onder de 50 jaar worden wel sinds 1 oktober 2004 strenger herkeurd.


De WIA in context

De WIA vormt het sluitstuk van het nieuwe stelsel rond ziekte op het werk, arbeids(on)geschiktheid en reïntegratie.

Eerder zijn al de Wet verbetering poortwachter (sinds 2002) en de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (sinds 1 januari 2004) ingevoerd. Deze wetten regelen hoe werkgever en werknemer in de eerste twee jaar van de ziekte van de werknemer er alles aan moeten doen om de werknemer weer terug aan het werk te krijgen. Dit om te voorkomen dat na twee jaar een uitkering nodig is.

Als die inspanningen onvoldoende resultaat hebben gehad, kan de zieke werknemer na twee jaar op grond van de WIA in aanmerking komen voor een uitkering. Deze uitkering kan de vorm krijgen van WGA of IVA. Hierbij gaat het niet alleen om een inkomen, maar vooral om terugkeer naar werk te stimuleren. De bestaande Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) wordt opgeheven, en de REA-voorzieningen worden in de WIA geregeld.

Er is een aparte invoeringswet WIA gemaakt.

De WAO blijft bestaan voor mensen die in 2004 al en een WAO-uitkering hebben. Zij kunnen wel vanaf 1 oktober 2004 worden opgeroepen voor een herkeuring met nieuwe beoordelingsregels.

Hoe ziet het stelsel er uit?

Stapsgewijs ziet het nieuwe stelsel er als volgt uit:

  • De werkgever is twee jaar lang verantwoordelijk voor re-integratie en loondoorbetaling van een zieke werknemer. Maar ook de werknemer moet zich voldoende inzetten om terugkeer naar werk mogelijk te maken.
  • Na twee jaar ziekte keurt UWV de zieke werknemer.
  • Hoe arbeids(on)geschikt de werknemer is, hangt af van verschil tussen het oude loon en wat hij of zij theoretisch nog kan verdienen met de beperkingen als gevolg van de ziekte: het loonverlies.
  • Wie minder dan 35% loonverlies lijdt is niet arbeidsongeschikt en blijft in beginsel in dienst van de werkgever.
  • Wie tenminste 35% maar niet meer dan 80% loonverlies lijdt, krijgt eerst een loongerelateerde uitkering. De duur van deze uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. Daarna krijgt men een loonaanvulling als men voldoende werkt, of een vervolguitkering als men niet of onvoldoende werkt. Daarbij geldt altijd: hoe meer men werkt, hoe hoger het inkomen is. Wie tenminste 80% loonverlies lijdt en waarschijnlijk zal herstellen, krijgt een loongerelateerde uitkering (70% van het laatste loon).
  • Wie (duurzaam) tenminste 80% loonverlies lijdt, is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en krijgt een loongerelateerde uitkering (70% van het laatste loon).
  • Werkgevers kunnen bij UWV verzekerd zijn voor de WGA of ‘Eigenrisicodrager’ worden (alle grote werkgevers en kleine werkgevers die Eigenrisicodrager WAO zijn vanaf 2006, overige kleine werkgevers vanaf 2007). In dat laatste geval dragen ze zelf het financiële risico of verzekeren ze dat bij een particuliere verzekeraar.
  • Om eerlijke concurrentie tussen UWV en verzekeraars mogelijk te maken bestaat de mogelijkheid dat er vanaf 2007 een opslag op de WGA-premie komt die dan macro-economisch zal worden gecompenseerd.
  • Het nieuwe stelsel geldt alléén voor werknemers die ziek worden of zijn geworden op of na 1 januari 2004. Bestaande WAO’ers blijven in het oude stelsel maar kunnen, als ze op 1 juli 2004 jonger dan 50 waren, vanaf 1 oktober 2004 wel volgens nieuwe richtlijnen gekeurd worden.

Financiële consequenties voor de werknemer


De WIA zit zo in elkaar dat altijd geldt: hoe meer je werkt, hoe hoger je inkomen is. Daarom zijn er verschillende soorten WGA-uitkeringen: één voor de eerste periode, die gebaseerd is op je vroegere loon en daarna een loonaanvulling óf een uitkering, afhankelijk van hoeveel je zelf dan verdient.

Eerst een uitkering op basis van het laatste loon

Als je niet werkt krijg je eerst een ‘loongerelateerde’ uitkering van 70% van wat je verdiende voordat je ziek werd (met een maximum). Als je wel werkt, krijg je bovenop je nieuwe loon een uitkering die 70% is van het bedrag dat je minder verdient in vergelijking met je vroegere loon (ook met een maximum).

Deze eerste ‘loongerelateerde’ uitkering duurt minimaal een half jaar en maximaal vijf jaar. Hoe lang precies, hangt af van hoeveel jaren je hebt gewerkt voordat je ziek werd (jouw ‘arbeidsverleden’). Je moet in ieder geval minimaal 26 van de laatste 39 weken voordat je ziek werd, gewerkt hebben.

Wat gebeurt er als deze uitkering afloopt? Dat hangt af van hoeveel je op dat moment verdient. Deze verdiensten worden vervolgens tot het 65e jaar elke maand bekeken.

Dan als je voldoende werkt: een WGA-loonaanvulling

Verdien je na afloop van de ‘loongerelateerde’ uitkering minimaal de helft van wat je (nog) kunt verdienen? Dan vult de WGA je loon aan met 70% van het verschil tussen je oude loon (met een maximum) en het loon bij volledige benutting van je resterende verdiencapaciteit. Zo krijg je een groot deel van het verschil ’terug’. Het loont dus om te werken naar vermogen.

Of als je niet of niet voldoende werkt: een WGA-vervolguitkering

Heb je na afloop van de ‘loongerelateerde’ uitkering geen werk of verdien je minder dan 50% van jouw verdiencapaciteit? Dan krijg je (bovenop jouw eventuele loon) een uitkering waarbij niet meer direct rekening wordt gehouden met wat je vroeger verdiende. De uitkering is dan een bepaald percentage van het minimumloon, waarbij het percentage afhankelijk is van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin je zit. Deze uitkering is dus vrijwel altijd lager dan de ‘loongerelateerde’ uitkering.

Als je onder het sociaal minimum komt: een toeslag

Mocht jouw gezinsinkomen in de WGA lager uitvallen dan het sociale minimum dat voor jou geldt, dan kun je bij het UWV een toeslag aanvragen. Met deze toeslag komt jouw inkomen dan in elk geval op het sociale minimum.

Als je wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt bent: 70% uitkering

Is jouw loonverlies 80% of meer, maar ben je niet ‘duurzaam’ arbeidsongeschikt omdat er nog veel kansen zijn op herstel? Dan krijg je een ‘loongerelateerde’ uitkering van 70% van jouw oude loon (met een maximum). Deze uitkering duurt net zolang totdat duidelijk is dat je niet meer kunt herstellen of totdat je geheel of gedeeltelijk arbeidsgeschikt bent.

Arbeidsongeschiktheid door letselschade of een (bedrijfs)ongeval

Wanneer je arbeidsongeschikt raakt door een (bedrijfs)ongeval kun je recht hebben op schadevergoeding. Het is dan belangrijk een goed letselschadebureau in te schakelen die je kan helpen met het hele proces. De andere partij moet aansprakelijk worden gesteld of de aansprakelijkheid erkennen. Vervolgens kan er met de verzekeraar worden gewerkt aan een schadevergoeding waarin onder andere wordt gekeken naar het Verlies aan Verdienvermogen. Oftewel: welk loon loop je mis nu je niet meer kunt werken, en welke mogelijke promoties loop je mis door de arbeidsongeschiktheid. Een complex, maar zeer belangrijk proces om te zorgen dat je een vergoeding krijgt die recht doet aan het verlies van jouw verdienvermogen.

Wil je meer weten over de WIA? Lees dan verder op de website van het UWV en de Rijksoverheid.